What's in a name?

Kort waar verhaal

beach

Onlangs telefoneerde ik met mijn gemeente over een burgerzaak. Ik stelde me voor met de naam die ik draag sinds mijn huwelijk in 2018, van Eeden. Nijmegen schaart zich onder de grote gemeentes. Dat iemand je naam herkent is daarom niet vanzelfsprekend. En als dat wel gebeurt, is dat uitzonderlijk.

Ik lanceer een verzoek. De ambtenaar in kwestie, in de ban van het enige juiste antwoord althans in de greep van de lokale beleidsregels, is mijn persisterende doorvragen al gauw beu. Hij kan zich in de dienstverlening nauwelijks vermannen. Reden dan toch om met een strategische zet te komen. ‘Bent u die mevrouw die ook Van Bakel heet?’ vraagt hij. Wat ik, verrast door de herkenning, beaam. Een herinnering, niet zozeer aan mijn achternaam, dan wel aan het onderhuidse inzicht dat ‘what’s in a name’ een relevant vraagstuk is.

‘Dan weet ik wel naar wie ik u moet doorverwijzen. Ik zal een terugbelverzoek aanmaken’, gaat de ambtenaar opgetogen verder. ‘Wie is die persoon, die mij gaat teugbellen?’ komt logischerwijs uit mijn mond. Dat kan de ambtenaar niet zeggen, omdat hij het niet helemaal zeker weet. En bovendien vreest hij toch de verkeerde naam te noemen. Dat lijkt hem vervelend voor mij. Waarop ik op voorhand zeg met vergissingen te kunnen leven; Het belangrijker vind te weten naar wie ik kan vragen in het geval het terugbelverzoek, in het geheel niet ongebruikelijk, in de vergetelheid raakt. Dat maakt geen verschil voor de ambtenaar.

Hoe het afloopt?

Na het telefoongesprek stuur ik een email-bericht naar de betreffende afdeling met mijn verzoek geformuleerd in één zin. Binnen enkele uren word ik teruggebeld.

De juiste ambtenaar wil graag meedenken, maar vindt dat mijn verzoek bij het ministerie thuishoort. Hij kan er niks aan doen. Ik bel naar het ministerie, die een versie van de wettekst publiceert op haar website. Een uitstekend uithangbord, in goed leesbare tekst. Of mij bekend is dat de gemeente beleidsvrijheid heeft, en dat het ministerie daar niet over gaat? Jawel, en dat die vrijheid niet strijdig mag zijn met de wet, die juist het belang van de burger en in recente tijden 'de klant' dient. Maar dat is niet haar afdeling, zegt ze.

Ze verwijst me naar het juridisch loket als ik meer wil weten over de wettekst. Maar mijn verzoek gaat niet over de wettekst. U kunt een procedure starten om uw gelijk te halen, zegt ze. En als u daarmee niet verder komt kunt u naar de ombudsman. Het komt mij voor als een soort geciviliseerd Siberië waar het uitsluitend individuen met exceptioneel uithoudingsvermogen en uitstekende connecties lukt om niet vier kostbare jaren van het leven aan een dwaalspoor te wijden. Als ik mijn teleurstelling kenbaar maak over de verwijzing naar een individueel traject, wat het allerminst is, komt een goed ingestudeerde tekst terug 'kan ik me voorstellen...zijn er nog andere vragen?'

Het liep niet af. No name maakt zichzelf misbaar. Dat wel. I rest my case.

Nijmegen, 24 februari 2026
Brigitte F.S.A. van Bakel


Referenties:

  1. ‘Hamnet’
    Verfilming van Maggie O'Farrells roman, onder de regie van Chloé Zhao
    ...voor de troost...
  2. ‘A room of one’s own’
    Verhaal van Virginia Woolf
    ...voor de herinnering...
  3. ‘Der Prozess’
    Roman van Franz Kafka
    ...om vol te houden...

Powered by: Grav
This site was last updated on
 2026, Feb 24
All text & images © 2018 Anna Logos